Wie is deze creatieve Brusselaar die het ene na het andere vernieuwende project toevoegt op zijn kerfstok? Een boeiend gesprek over Brussel, emancipatie en burgergoesting…

Hoe ben je terechtgekomen in Brussel?

Ik ben afkomstig uit Mortsel, en ben hier als student aangekomen. Het grootstedelijke van Brussel trok mij sterk aan… en ik wou ook op kot gaan (glimlacht).

 

Hoe ben je terechtgekomen in wat je nu doet?

Na mijn opleiding als interieurarchitect en stedenbouwkundige heb ik onder meer als vrijwilliger gewerkt met daklozen in New York. Wanneer ik terugkwam in Brussel ben ik aan de slag gegaan bij Bonnevie, een buurthuis in Molenbeek. Na twee jaar voelde ik dat ik daar al tegen de grens aan zat. De benadering daar voelde voor mij te paternalistisch aan. Er werd zeer veel goeds gedaan en ik heb veel respect voor bepaalde mensen daar maar het bleef voor mij te veel hangen in een “met de armen bezig zijn”, met mensen als sukkelaars te benaderen. Ik geloof niet dat je zo tot interessante resultaten komt. Met andere woorden: ’t is niet omdat het welzijn is dat het niet goed en serieus moet zijn!

Ik voelde gewoon dat er veel meer zit in een benadering die gebaseerd is op respect en geloof in kwaliteiten van mensen.

Vanzelf kwam ik terecht in de buurt van de Beursschouwburg, waar stedelijke acties georganiseerd werden vanuit een artistieke, bevrijdende benadering. Zo werd ik één van de actievoerders die via een kraak en een 10-daagse actieweek het Hotel Central kon beschermen tegen de sloop. Achteraf bekeken was dat een belangrijke stap in de richting van een nieuwe burgerbetrokkenheid bij de stad, een nieuw soort “burgergoesting”.

 

Emancipatie en burgergoesting, is dat de rode draad in je werk?

Misschien wel. Terugkijkend naar het verleden zie ik dat een aantal dingen steeds terugkeren doorheen mijn loopbaan. Zo wil ik bijvoorbeeld steeds dingen met elkaar verbinden: mensen, sectoren, projecten. Alle projecten waaraan ik gewerkt heb zitten altijd op een kruispunt. Ze passen niet in één vakje, en ik geloof dat ze daardoor rijker zijn.

Enkele jaren geleden deden we tijdens Festival Kanal bijvoorbeeld “delicious kanal”, als een soort reactie op “brusselicious”, dat alleen clichés uit het verleden herkauwde en compleet blind bleef voor de culinaire rijkdom die je vandaag in Brussel vindt. Wij hebben toen onder imposante fotostanden aan Sainctelette en de Ninoofsepoort een soort open keuken gecreëerd. De meest uiteenlopende verenigingen zijn daar op afgekomen en het eten was heerlijk in al zijn rijke diversiteit.

En tussen haakjes: op mijn vraag aan de mensen van Bonnevie of zij wouden deelnemen, kreeg ik een antwoord in de trant van: “nee, da’s te ver weg van het vertrouwde terrein van onze doelgroep”. Onvoorstelbaar vond ik dat! Na 20 jaar was de benadering nog niet veranderd!

Hoe bedenk je de projecten waar je aan werkt?

Mijn intuïtie heeft mij langs dit parcours geleid. Achteraf bekeken zit daar een duidelijke lijn in, het gevoelsmatige is gewoon zeer belangrijk. Trouwens: alles dat in deze wereld goed gaat, ontstaat op die manier.

Je kunt niet alles alleen rationeel bekijken, anders krijg je banaliteit!

Ik kijk ook altijd naar potenties en mogelijkheden, in plaats van problemen.

 

Je energie en aandacht besteden aan de mogelijkheden in plaats van de problemen, is dat de truc?

Dat is enorm belangrijk! Het is onvoorstelbaar hoeveel energie verloren gaat in studies van de situatie zoals ze is en in uitgebreide probleemanalyses. Bijna alle stadsprojecten zitten zo in elkaar. Wanneer men eindelijk aan de oplossingen toegekomen is, is de meeste tijd en energie al op. Het gevolg zijn flauwe en weinig inspirerende projecten.

Zo is Recyclart eind de jaren ’90 ook tot stand gekomen: geen eindeloze studies en probleemanalyses… maar een sterke gerichtheid op mogelijkheden, gecombineerd met een zeer intense en emotionele gedrevenheid… en in 3 maanden was het dossier helemaal rond.

 

Je moet die traditionele aanpak dus omdraaien: begin van bij het begin op basis van gevoelens en creativiteit met een aantal voorstellen en werk van daaruit verder.

 

Wat je gedaan hebt rond het kanaal, is dat participatie?

Hmmm… ik heb een haat/liefde verhouding met participatie.

Ik heb daar zelf lang rond gewerkt, onder meer bij Bral. Maar ik vind dat het vaak fout aangepakt wordt.

Je kunt niet zomaar de mening van de mensen vragen over niets!

De overheid moet eerst een inspirerend verhaal vertellen en dat proberen “verkopen” aan de stakeholders. Zij kunnen daar dan op reageren. Maar in de praktijk heb ik nog maar zelden een verhaal gehoord, maar dat belet niet dat er particpatie wordt opgestart. Die werkwijze levert natuurlijk weinig op. Dan krijg je altijd ongeveer hetzelfde. In algemene termen wil iedereen in de stad wel een beetje hetzelfde: een rustige straat, maar toch een goede bereikbaarheid, een deftig huis, liefst wat groen, enz. Maar dat helpt je niets vooruit in een concreet project.

Het heeft dan ook weinig zin om dit soort dingen telkens opnieuw te gaan bevragen.

 

Je moet als overheid met een verhaal komen en dan vragen dat mensen hun mening geven.

Dat verhaal kan eender wat zijn dat begrijpbaar is, zoals een schets of zo. Je moet de mensen prikkelen, zodat ze mee kunnen denken in dezelfde richting.

Recent ontving ik een uitnodiging om te participeren bij de heraanleg van de materialenkaai. De manier waarop dat aangebracht werd was zo’n afknapper! De goesting was meteen weg, het was allesbehalve prikkelend.

 

Je moet de mensen goesting geven?

Exact! als je werkt met goesting bereik je veel interessantere resultaten. Denk aan Recyclart: dat is tot stand gekomen in een soort van roes, dat had niets te maken met de klassieke projectbenadering die de goesting onmiddellijk onderuit haalt.

 

Er wordt te veel gestudeerd en bevraagd, maar de bestuurders brengen zelf geen verhaal.

 

Is het kanaalverhaal duidelijk?

Het wordt duidelijker. Ik zie dat zeer positief evolueren. Er zijn duidelijke prioriteiten gesteld. Iemand als Picqué deed dat te weinig. Vervoort durft meer keuzes maken.

Wij moeten zelf leider zijn van ons eigen verhaal. Dat klopt ook met idee van Chemetoff: “concentreer je op je eigen gronden: werk op je eigen pilootprojecten en de rest volgt wel, als je ook nog investeert in openbare ruimten”.

 

Ik ben een voorstander van sterk en intelligent leiderschap. Ik geloof daar meer in dan in een te sterk doorgedreven basisdemocratie. Maar er moet wel voldoende controle zijn op dat leiderschap! Een intelligent leiderschap creëert zijn eigen oppositie en laat andere ideeën ontstaan en voedt die zelfs.

 

Hoe past het verhaal rond bijvoorbeeld de Citroëngarage daarin?

Da’s een slecht verhaal. Het verhaal van Vervoort is te weinig doordacht. Maar het welles-nietes spelletje over het museum dat erop volgde brengt ons ook niet verder. De beste manier is om een ander en beter verhaal te maken. In die zin vond ik het initiatief van Ecolo en Groen zeer interessant om iedereen samen te brengen die geïnteresseerd is in het thema. Dat is een zinvolle manier om het debat te voeren.

 

Bedankt! We willen overigens verder op deze manier werken: de nadruk moet altijd liggen op het werken aan positieve oplossingen. Maar dat terzijde, wat brengt de toekomst voor jou?

Wat het Festival Kanal betreft: ik heb beslist dat mijn rol daarin uitgespeeld is op dit moment. Ik voel nu al dat ik mij niet ga kunnen opladen om nog eens opnieuw dezelfde routine te doorlopen. En dat heeft vooral te maken met de enorme hoeveelheid energie-opslorpende procedures voor subsidie-aanvragen. Bij de laatste editie heb ik pas in december de laatste bevestigingen binnengekregen voor de subsidies voor dat festival, maanden nadat het festival doorgegaan was! Da’s geen gezonde manier van werken… en dat mag je ook letterlijk opvatten. De relatie met de overheid zou moeten kunnen evolueren van het huidige “ontvangerschap” naar een soort partnerschap.

 

Ik kijk heel positief terug op dit hoofdstuk. We hebben ongeveer alles bereikt dat we vooropgesteld hadden: het kanaal staat helemaal vooraan in de prioriteitenlijst van de regering, er wordt gewerkt aan een visie, aan een breed gedragen stadsproject. Ik ben blij dat we hier mee een bijdrage aan geleverd hebben.

 

In de toekomst wil ik me volop toeleggen op ART2WORK. Ik heb het gevoel dat de hele werkloosheidsproblematiek een enorme uitdaging is. Alle hulp is daar welkom. En ik denk dat ik daar een rol in kan spelen. Als ik zie hoe werkzoekende laaggeschoolden begeleid worden bijvoorbeeld. Ik ken gevallen die door hun consulent bij Actiris zelfs worden aangezet om te liegen in hun cv! Over talenkennis bijvoorbeeld. Dat kan toch niet? Dan staat daar dat ze Nederlands kunnen en dan vallen die natuurlijk door de mand bij het eerste gesprek. Door zo te werken benadeel je mensen eerder dan ze vooruit te helpen.

Ik wil werk maken van de empowerende benadering. De aanpak die uitgaat van de goesting, de talenten en de kwaliteiten van de mensen.

 

Ik wens je veel succes met ART2WORK en hartelijk bedankt voor het interview!

Graag gedaan!