An Descheemaeker en ArnaudAn Descheemaeker is al jaren het gezicht van Bral vzw, de stadsbeweging die ijvert voor een duurzaam Brussel. Samen met haar team kan ze prat gaan op een stevige reputatie in vernieuwende stadsontwikkeling. Ze was één van de architecten van de recente hervorming van Bral. Tijd voor een gesprek over Brussel, particpatie en de stad van de toekomst. (interview afgenomen aan ’t begin van de zomer)

 

Hoe ben je in Brussel terechtgekomen?

Ik ben afkomstig uit Zaventem. In mijn jeugd kwam ik vaak in Brussel. Eén van mijn eerste herinneringen hier is het indrukwekkende zicht op de esplanade aan het Rijksadministratief Centrum (achter Financietoren, red.).

 

Al van bij het begin een passie voor stadsinrichting?

(lacht) Ik weet het niet, dat indrukwekkende beeld is mij gewoon bijgebleven. In mijn jeugd kwam ik vaak in Brussel, maar dat was altijd in het centrum. Na mijn studies geografie in Leuven was het voor mijn vriend en mezelf een evidente keuze om naar Brussel te komen. Hij is zelf overigens ook een echte tweetalige Brusselaar.

 

Vanwaar je keuze voor geografie?

Mijn focus lag op sociale geografie, dat gaat over de bewegingen van mensen in de ruimte. Dat boeit mij gewoon. Daar bestudeer je typisch verbanden sociale en geografische spreiding, zoals de “arme banaan” in Brussel, de opvolging van de arbeidersbevolking in de vorige eeuw door een gelijkaardige arbeidersbevolking van immigranten, enz.

 

Daarna heb ik nog ontwikkelingssamenwerking gestudeerd in ULB 2002-2004, waar ik overigens ook andere delen dan het stadscentrum ontdekt heb (lacht).

 

Hoe kom je na ontwikkelingssamenwerking direct bij Bral terecht?

Ik zocht naar iets sociaal in de stad en ik kwam terecht bij schoolopbouwwerk. Na mijn sollicitatie kreeg ik te horen: “jij moet echt iets doen met de stad, zoals jij daardoor gepassioneerd bent!”. Ik was eerst ontgoocheld omdat ik de job niet had maar eigenlijk besefte ik al snel dat ze gelijk hadden. Ik heb toen spontaan gesolliciteerd bij Bral en nu zit ik daar nog steeds! Ik vind daar het perfecte evenwicht tussen strategisch, politiek, stedenbouwkundig en sociaal werk.

 

Is dat evenwicht bij Bral niet recent hertekend?

Klopt! 2 jaar geleden hebben we onszelf heruitgevonden. We vonden dat we te vaak tegen een muur stootten: de focus lag op het werk van de overheid, maar de evolutie daar ging vaak te traag, euh naar ons aanvoelen (lacht). Daardoor vertelden wij te vaak een negatief verhaal en te vaak hetzelfde verhaal. Tegelijk zien we dat er veel beweegt: Brussel bruist van de vernieuwende initiatieven die meestal vanuit de mensen zelf tot stand komen. Wij willen graag meer betekenen voor die positieve, lokale initiatieven en dynamieken door daar meer aandacht en energie aan te besteden.

 

Bral gaat dus meer op positieve burgerinitiatieven mikken dan op een kritisch-constructieve opvolging van het overheidswerk?

Bral moet het gespecialiseerde werk rond grote ruimtelijke ontwikkelingen wel blijven doen, hé! Denk bvb aan het park van 10 ha bij Thurn en Taxis, Da’s gegroeid uit een van onze ateliers met de buurtbewoners. Wij hebben daar samen onze schouders ondergezet en dat park is er nu voor een stuk, maar we moeten aandachtig blijven. Zo blijft de grote uitdaging of de hekken rond het park zullen open gaan, wie het park zal beheren enzovoort. Particulieren kunnen zelden 10 jaar lang een project volgen, die lange termijn opvolging kan alleen een vereniging systematisch doen.

 

Bral blijft een soort waakhond of lobbygroep voor bewoners?

Ja, eigenlijk wel, denk aan de shoppingcentra: al die documenten verzamelen, de juiste informatie vastkrijgen, je weg vinden tussen al die vergunningen en plannen, dat kunnen individuen niet alleen.

Maar in de toekomst zullen we dus ook al de positieve initiatieven meer aandacht geven en versterken. We willen tonen dat die verandering mogelijk is, dat is onze eerste doelstelling.

 

De tweede doelstelling is gebaseerd op een interne vaststelling: we bereiken een eerder hoogopgeleid middenklassepubliek. Daarom willen we andere methodes hanteren en  hebben we andere doelstellingen om meer diversiteit te vinden.

 

En meer divers publiek aanspreken… Klinkt goed, maar hoe doe je dat?

Denk bijvoorbeeld aan mobiliteit: we moeten niet enkel spreken over “meer fiets, openbaar vervoer en minder auto”. We moeten het vaker hebben over betere luchtkwaliteit en gezondheid.

 

En lukt dat?

Ja, geleidelijk aan, maar we stoten daar vooral op een belangrijk probleem: en dat is tijdsgebrek. Het laatste jaar gaat er eigenlijk te veel tijd zoeken van nieuwe subsidies, omdat we geconfronteerd worden met een vermindering van onze middelen. Zoals bij vele organisaties jammer genoeg. Dus zoeken we naar manieren om onze afhankelijkheid van subsidies te verminderen.

Maar goed, verandering neemt tijd: zowel voor subsidies, als voor diversiteit of de Brusselse mobiliteit (lacht).

In elk geval is het gedragen proces en zien we al concrete resultaten. Bijvoorbeeld in ons project selfcity proberen we mensen van verschillende initiatieven samen te brengen, zoals moeders die 2e handsverkoop in hun huis organiseren, of mensen die samen sparen, tot meer intellectuele initiatieven zoals commons josaphat. En dat levert interessante gesprekken op.

 

Hoe gaat nog met Commons Josaphat?

Goed.. we hebben met het collectief nu een tekst opgesteld. We werken daarin uit hoe verschillende thema’s eruitzien in een “commons-benadering”: wonen in de stad volgens commons, werken in de stad, energie, water, school…

 

Wonen en werken volgens “commons”, hoe moet je dat zien?

Voor wonen gaat het bijvoorbeeld over  Community Land Trust, baugruppe, cohousing, maar ook bijvoorbeeld de wooncoöperatieven van vroeger, zoals Floréal.

Voor werk denken we bvb aan het model van cooperatieven, zoals ecopower, maar in verschillende sectoren, bvb ook afvalverwerking.

Of denk bijvoorbeeld aan Bees-coop in Schaarbeek die een coöperatieve supermarkt met lokale producten opstarten

 

Wil je het ook daadwerkelijk uitvoeren, eens de denkoefening klaar is?

We moeten de teksten eerst vereenvoudigen. Die zijn nu nog te intellectueel en hoogdrempelig. We willen deze dan bespreken met het gewest .

Omwille van de onderhandelingen, was het belangrijk voor ons om ook een hoofdstuk te wijden aan de analyse van de financiële haalbaarheid en de terugverdientijden zichtbaar maken. We willen tonen hiermee dat we niet in ivoren toren zitten, maar we zijn  ervan overtuigd dat als je eigendom behoudt in gemeenschap dat je meer waarde in handen houdt: je denkt op lange termijn en je behoudt de waarde van de grond en ontwikkeling en garandeert dat het sociaal goed blijft. Die garanties heb je niet als je gewoon verkoopt aan privé.

 

Je wil ruimte krijgen voor commons op de Josaphatsite in Schaarbeek… hoe zijn de reacties bij de bevoegde Minister (Rudi Vervoort, red.)? Zijn die positief?

Ja momenteel wel. In oktober was het laatste officieel contact, ze toonden zich toen geïnteresseerd in onze denkoefening. Ze verwachten ons terug. En dan gaan we weer spreken.

 

Zelfs als we niet alles krijgen zoals we dromen voor Josaphat is dit proces zeer nuttig geweest. Wat we vooral willen is mentaliteitsverandering in ganse stad en hier zetten we grote stappen:  op andere manier omgaan met grondstoffen, rijkdommen, stadsontwikkeling: minder op winst en meer sociaal. Josaphat is daarvoor goede 1e case.

 

Om dit theoretisch verhaal visueel en begrijpbaar te maken is tijdelijk gebruik van de site interessant. Beetje bij beetje kunnen we experimenteren, we doen dit met mobiele modules , zodat alles ook snel weg kan indien nodig: er wordt moestuin in bakken aangelegd, een van de buren heeft een speeltuig op het terrein gezet, enz.

 

Onze bedoeling is niet om het ganse richtschema te herzien maar wel ervoor zorgen dat overheid de laatste eigen grondreserves, niet weggeeft aan de privé en zo veel mogelijk behoudt voor de gemeenschap.

 

Zou je zelf willen en kunnen uitvoeren wat jullie daar voorstellen?

Willen wel, maar da’s onmogelijk met de huidige werkingsmiddelen van Bral! Het is in deze besparingstijden voor niemand makkelijk, maar wij weten op dit moment (eind juni, red.) nog steeds niet op welke subsidies we kunnen rekenen voor 2015! Dat is onaanvaardbaar!

 

Nog geen idee wat je werkingssubsidies zijn voor dit jaar?! Dat meen je niet?

Jawel! Alleen vanuit kabinet Fremault (milieu) hebben we vernomen dat er waarschijnlijk een daling komt van 15%. Maar Fremault heeft dit jaar wel de mogelijkheid gecreëerd om een projectsubsidie aan te vragen. Wij hebben daarvoor een zeer leuk project om op participatieve manier de luchtkwaliteit in de vijfhoek te meten, voor en na de invoering van het nieuwe circulatieplan. In 2016 wordt dit uitgebreid naar andere Brusselse wijken.

 

De luchtkwaliteit meten in de voetgangerszone en op de miniring?! Da’s interessant!

Ja! Ik ben benieuwd in welke mate gunstige effecten van de voetgangerszone en de eventuele negatieve effecten van de miniring te zien zullen zijn.

 

Volgend jaar willen we nog meer participatief meten, met meer toestellen en met een breder publiek van kwetsbare Brusselaars. Ik verwacht dat het meten op zich bewustmakend zal werken. Mensen zullen in cijfers zien wat verschil in luchtvervuiling is tussen een park en een drukke straat .

Vanuit die vaststelling kunnen we met de Brusselaars een dialoog starten over het belang van publieke ruimte, mobiliteitsgedrag, beleid.

 

Er wordt hard bespaard op verenigingen en die worden in het ongewisse gelaten over de omvang van die besparingen… Sommige politieke partijen doen in Brussel zélf wat ze elders veroordelen?

Inderdaad, de samenwerking met het middenveld staat ook in Brussel serieus onder druk. De laatste jaren is er een sterke centralisering van de macht in Brussel: enerijds positief, met grotere regierol, minder versnippering van bevoegdheden onder gewest en gemeenten bijvoorbeeld. Anderzijds dreigt de transparantie compleet te verdwijnen. Er is weinig plaats meer voor het middenveld.

 

Klinkt herkenbaar, waar denk je concreet aan?

Ik denk bijvoorbeeld aan de oprichting van een het nieuw Brussels Planbureau. Positief: er is in de afgelopen jaren een schandalig gebrek aan samenwerking geweest tussen verschillende beleidsdomeinen voor de ontwikkeling van grote stadsprojecten. Maar dit centraal orgaan brengt een risico mee op het verdwijnen van transparantie… Als je bijvoorbeeld kijkt naar de ontwikkelingen in de kanaalzone is er nu weinig transparantie: één kabinet heeft de touwtjes in handen.

 

Voor het Planbureau moeten we afwachten wat het concreet wordt, we geven het wel een kans. Maar in de algemene benadering van het middenveld door politiek zie ik toch meer algemene problemen.

 

Wat doet de politiek dan fout tegenover het middenveld?

Een voorbeeld: vlak voor de gewest en federale verkiezingen organiseerde de “Verenigde Verenigingen” uit Vlaanderen een groot debat met de voorzitters van alle Vlaamse partijen. Die kregen de vraag: wat betekent het middenveld voor uw partij?

Niemand kon daar een zinnig antwoord op geven, behalve Wouter Van Besien.

 

Da’s leuk om horen!

De anderen hadden het in het beste geval over vakbonden en sociaal overleg. Geen enkele visie op de rol van sociaal-cultureel werk, milieu-organisaties, stadsbewegingen … En vandaag vind je die zienswijze ook in het Brusselse regeerakkoord terug, er wordt amper gesproken over verenigingen, en wanneer het gaat over participatie blijft dit vaak beperkt tot de werkgevers en werknemersorganisaties.

 

Volgens jullie gaat de participatie dus verminderen in Brussel?

Ik vrees er voor ja. Deze tendens is ook al langer bezig, al 5 jaar geleden viel het op dat voor wat de grote strategische zones betreft participatie gecreëerd werd rond terreinen waar de overheid géén eigenaar van is. Als de overheid het voor het zeggen heeft, zoals bij Josaphat of Schaarbeek-Vorming is inspraak ineens niet zo belangrijk meer.

 

Dat is een interessante analyse. Wat vind je dan van de inspraak rond pakweg de centrale lanen  ?

Pff… Participatie wordt te vaak te pas en te onpas gebruikt, het is bij de centrale lanen de keuze geweest om inspraak te beperken tot de inrichting van de lanen en niet over de mobiliteit. Op zich is het geen probleem dat een overheid bepaalde beslissingen neemt, uiteraard, maar zelfs in dat geval moet je dan wel nog de kans geven aan mensen om hun bezorgdheid te uiten. En je moet vooral als overheid kunnen motiveren waarom je iets beslist en de eventuele studies beschikbaar maken. Transparante beleidsvoering dus.

 

Onderbouwt het huidige bestuur onvoldoende haar beleid?

Ik geloof niet dat het huidige circulatieplan voor de vijfhoek echt transitverkeer gaat verminderen.

Als heel veel mensen dat niet geloven, en niet geloven dat je bijdraagt aan de gewestelijke mobiliteitsdoelstellingen, moet je hen de kans geven om die zorgen te uiten en daar liefst ook een zinnig antwoord op geven.

 

Wij willen graag dat dit gemonitord wordt en dat we daarbij mogen zitten. Ook dat is participatie: geef plaats aan buurtbewoners om die monitoring en evaluatie mee op te volgen.

 

Even loskomen van de actuele dossiers en kijken naar de toekomst… Van welk Brussel droom jij ?

Ik droom van een stad waar je aan kan werken als burger met de  overheid en het middenveld als partners. Dat betekent dus minder wantrouwen, meer samenwerking, openheid en een maatschappij die iedereen naar waarde schat.

 

Hoe krijg je dat voor elkaar? Hoe ga je bijvoorbeeld om met verschillende meningen in zo’n gelijkwaardige setting?

Meningsverschillen zijn goed, maar ik zie toch een groeiende overtuiging dat er iets moet veranderen.

En dat zal geen kleine verandering worden. Het volstaat niet om na te denken over efficiëntieverbeteringen in ons huidige systeem, we moeten het systeem zelf veranderen! Denk aan bedrijfswagens: de kleine daling van de CO² uitstoot door technologische vooruitgang wordt tenietgedaan door het steeds groeiende autogebruik. Als je een oplossing wil moet je het systeem veranderen en dus de subsidiëring van bedrijfswagens afschaffen.

 

Hoe overtuig je de mensen die nu baat hebben bij dat systeem?

Je moet mensen vaker individueel begeleiden en hen klaar maken voor verandering. In dit geval kan dat bvb met  bedrijfsvervoerplannen: zet daar meer in op “flexibel gebruik”. Je hoeft geen eigen wagen te hebben, maar je kan er wel één gebruiken wanneer dat nodig is. Dan kom je uit bij autodelen enz.

 

Hoe wil je daar toe komen?

Als we met Bral kritiek leveren maken we er een punt van ook altijd oplossingen voor te stellen.

Ik geloof ook sterk in samenwerking, grotere samenwerking tussen verschillende organisaties. Want vandaag werken we veel te versnipperd. Maar in de toekomst zullen we ook meer contacten moeten leggen met bedrijven, want zij bepalen nog altijd veel van wat er vandaag gebeurt.

En we blijven natuurlijk kritisch kijken naar het regeringsbeleid, maar op een positieve manier. Door steeds meer focussen op het voorstellen van alternatieve oplossingen? Er zijn overal kleine revoluties bezig in de stad, deze moeten we samenbrengen en versterken.

 

Ik wens je heel veel succes!

Bedankt!